Global-debat met William Easterly
Datum: 11 september 2007
Lokatie: Lux, zaal 7, Nijmegen
Bezoekers: 206
In samenwerking met: CIDIN
Sprekers
William Easterly, professor economie aan de New York University, auteur van The White Man’s Burden.
Ruerd Ruben, professor en directeur Centrum voor Ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Ruud Treffers, directeur-generaal Internationale Samenwerking bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Gespreksleider
Lau Schulpen, ontwikkelingsexpert CIDIN
Verslag
Gerard Zeegers
Professor William Easterly werkte jarenlang bij de Wereldbank en is ervan overtuigd dat veel ontwikkelingshulpplannen zinloos zijn. In zijn boek The White Man’s Burden stelt hij dat de 2,3 triljoen dollar die de afgelopen vijftig jaar is besteed aan ontwikkelingshulp eigenlijk weggegooid geld is. Waarom dat zo is legt hij op 11 september in het Nijmeegse Lux uit aan een uitverkochte zaal. Hij houdt een speech waarom ontwikkelingswerk niet functioneerde in het verleden en in de toekomst ook niet zal werken. Ook gaat hij in op de toekomst en op wat voor manier we de arme landen wél kunnen ondersteunen.
Niemand is verantwoordelijk
Easterly opent de avond met een lezing over de onmogelijkheid van het oplossen van wereldwijde armoede. Ondanks de grimmige boodschap lardeert hij zijn verhaal met veel humor. Zo vertelt hij dat hij geen steun ontving van U2-zanger Bono bij de promotie van zijn boek. Maar dat vindt hij eigenlijk ook geen probleem, omdat Bono juist de verkeerde boodschap uitdraagt. Bono stelt dat het up to us is en dat is helemaal niet waar. Het is niet up to us, maar het is aan de armen zelf.
Easterly is bedroefd over de tragedie dat zo weinig hulp terecht komt bij de mensen die het nodig hebben. Hij noemt een voorbeeld van een medicijn voor malaria. ‘Het kost 12 dollarcent om een doodziek malariaslachtoffer te genezen. Toch lukt het ons niet om al die mensen te helpen, ook al is er zoveel geld voor beschikbaar. Het is een van de grootste schandelen van onze generatie dat we dat niet kunnen.
Het standaardantwoord op armoedeproblemen is het verhogen van het budget van ontwikkelingshulp. Ik heb een empirische wet ontdekt tijdens mijn onderzoek: wanneer mensen zich verdiepen in problemen van ontwikkelingshulp roepen ze altijd dat het verdubbeld moet worden.
Het is niet slecht om meer geld aan de armen te besteden, maar het hulpvolume zegt niets over het effect. Het gaat erom dat dat geld de armen ook bereikt. Wat gebeurt er met dit geld? Over het algemeen heeft men de opvatting dat er een groot plan moet worden ontworpen. Zoals de Millenniumgoals. Om die te bereiken moeten 52 internatinale hulporganisaties en 97 landen samenwerken om 48 verschillende doelen te bereiken. Door de grote hoeveelheid deelnemers ontstaat er een ingewikkeld web van verantwoordelijkheden totdat uiteindelijk niemand meer verantwoordelijk is. Bij de Millenniumdoelen staat dan ook in kleine lettertjes dat niemand individueel verantwoordelijk is voor het resultaat.
Volgens Easterly is het gebrek aan ‘accountability’ de belangrijkste oorzaak dat de doelen niet gehaald zullen worden. Omdat zoveel mensen verantwoordelijk zijn voor het behalen van de doelen kan niemand worden gestraft voor het mislukken. Easterly noemt nobelprijswinnaar Friedrich Hayeks ‘demandproblem’. De planners kunnen vanachter hun bureau nooit precies weten wat mensen nodig hebben, waardoor grootschalige plannen alleen maar kunnen mislukken. Toch wordt de centrale planning nog steeds gebruikt in ontwikkelingshulp. Easterly heeft de term ciao bedacht. Ciao staat voor Gebrek aan Customerfeedback, Incentive, Accountability en Omniscient. Als een van die vier niet aanwezig is, zal ontwikkelingshulp hoogstwaarschijnlijk mislukken.
In sommige gevallen is er wel sprake van ciao, bijvoorbeeld bij democratische verkiezingen. Als politici niet presteren, worden ze weggestemd. Bij ontwikkelingshulp is er een soort muur ontstaan tussen de rijke landen die wel ciao hebben en aan de andere kant de hulpontvangers zonder ciao. Er is bijvoorbeeld geen sprake van accountability (verantwoordelijkheid) of incentive (beloning).
De afgelopen 42 jaar is er 600 biljoen dollar aan Afrika gegeven. Toch is de levensstandeerd op geen enkele manier verbeterd. De economischie groei is nog steeds nul. Dat is het probleem van lage economische groei en veel hulp. Hoeveel hulp je ook in een land stopt, er zal daardoor geen economische groei ontstaan. Met hulp zul je dus nooit de problemen kunnen oplossen. De landen zullen zelf hun armoede moeten oplossen. – William Easterly
Volgens gespreksleider Lau Schulpen vormen de’searchers’ een belangrijk onderdeel van Easterlys boek. Zij zijn juist tegenovergesteld aan de bureaucratische planners. Searchers zoeken naar passende oplossingen voor bepaalde problemen, terwijl planners oplossing opleggen aan de hulpbehoevenden. Searchers zijn vaak ondernemers die een bedrijf beginnnen of non-gouvernementele organisaties die de situatie goed kennen. Zij zoeken steun en geld voor specifieke projecten. Schulpen noemt een aantal karakteristieken van de planners op: zij zijn simplistisch, niet-verantwoordelijk, nemen mensen niet serieus en lijden aan een superioriteitscomplex. De planners van de hulpindustrie zijn vooral landen, maar soms ook NGO’s. Waar staat Nederland eigenlijk? Doen wij het ook zo slecht? Easterly antwoord lachend dat ‘er ook landen zijn die het wel goed doen’.
Na Easterlys lezing formuleert Professor Ruerd Ruben drie kritiekpunten op Easterlys sombere stellingen:
1. Veel zaken die Easterly beweert zijn niet nieuw. Grote plannen werken vaak niet en die les hebben we al lang geleerd. De econoom Jan Tinbergen stelde in de jaren vijftig al dat, als je veel doelen hebt, je voor elk doel een ander instrument moet gebruiken. Ik ben van mening dat ontwikkeling soms wel grootschalige plannen en interventies nodig heeft. Bijvoorbeeld de hulp aan Zuid-Oost Azië vlak na de Tweede Wereldoorlog. Er werden landhervormingen doorgevoerd die, samen met grootschalige investeringen in infrastructuur, ervoor zorgden dat de regio er weer bovenop kwam. Soms werken grote investeringen niet direct en moet je lang wachten. Bijvoorbeeld de koffieplantages in Peru. Kleine boeren kregen in de jaren zeventig een stuk land. De cooperaties gingen failliet, maar zijn nu weer tot leven gewekt onder invloed van de fairtrade. Nu is er dus pas een resultaat van die hervormingen.
2. Alleen searchers inschakelen is niet altijd genoeg. Ik ben minder positief om alleen daarop te vertrouwen omdat er vaak veel mis gaat. Een voorbeeld: Een dorp in Nicaragua wilde een brug bouwen en vroeg geld daarvoor. Dit werd toegekend door Nederlandse NGO omdat het verzoek uit bevolking kwam. De brug werd nooit gebruikt door de bewoners en er was niet eens een rivier. Bevolkingsparticipatie leidde tot een monument van ngo-hulp. Niemand had naar functie van de brug gevraagd; men ging ervan uit dat die nodig was. Kleinschalige hulp is weliswaar nodig, maar ze is niet altijd voldoende overdacht.
3. Rol van westerse handelsprotectie. Dat is een van de grootste boosdoeners dat niet wordt goedgemaakt door hulp. Waarom zegt Easterly niets over importbeperkingen in zijn boek?
In veel sleutelgebieden zoals onderwijs, infrastructuur moet er sprake zijn van een combinatie van planning en searching. Soms heb je planning nodig om het werk van searchers mogelijk te maken.
Easterly reageert kort op Rubens kritiek:’Dit zijn de standaardargumenten die ik zelf ook vaak heb gegeven. We weten dit allemaal al 20 jaar en punt twee, het is niet correct. Ik zeg niet dat planning altijd grootschalig en fout is. Er moeten wegen, bruggen, electriciteit zijn. Het gebeurt vaak slechter door planners dan door searchers. De laatste groep weet beter wat er nodig is. Als planners iets bedenken vanachter hun bureau krijg je bruggen die niet onderhouden worden, electriciteitscentrales die ermee stoppen en waterputten die droog komen te staan. De searchingmentaliteit is dat je altijd zoekt naar verantwoordelijkheid voor welke ingreep dan ook en dat je blijft zoeken en experimenteren tot iets wel werkt.
De opmerking over de armoedeval klopt niet. Er zijn landen die zich daaraan hebben ontworsteld zoals China en India. Er is veel mobiliteit van landen die arm zijn en zich toch naar boven worstelen.’
Schulpen wendt zich tot de zaal:’ Is er dan echt niets goeds aan bilaterale hulp?’
Publiek: ‘Donoren wordt bekritiseerd in het boek. Zij zouden wetenschappelijk onderzoek gebruiken als het ze uitkomt. Doet u niet hetzelfde?’
Easterly: ‘Het is moeilijk om alle econometrische literatuur op te sommen over hulp. Er zijn teveel verschillende cijfers en data. Ik noem alleen een overzicht van 1000 onderzoeken die allemaal tot de conclusie kwamen dat er geen groei is ondanks hulp. Als je je best doet, kom je heus wel getallen tegen die wel een positief beeld geven. Het is vaak lastig om bepaalde modellen die voor een land werken, ook te gebruiken met andere data, dus vaak kloppen de modellen niet. Iedereen heeft wanhopig gezocht naar een positief effect van ontwikkelingshulp op groei, maar het is niet gevonden.’
Publiek: ‘Veel ontwikkelingsgeld wordt niet voor hulp gebruikt, maar strategisch of commercieel?’
Easterly: ‘Er zijn nationale experimenten geweest in kleine, niet-strategische landen. Zij krijgen veel geld, maar ook zij groeiden niet.’
Schulpen: ‘U praat eigenlijk veel over niets want de totale hulp per persoon per jaar is eigenlijk te verwaarlozen.’
Easterly: ‘Er zijn experimenten geweest met veel meer hulp per persoon maar ook daar ontstond geen groei.’
Toekomst
Easterly wil niet alleen een negatief verhaal houden en iedereen depressief naar huis laten gaan. Hij ziet toch mogelijkheden voor de toekomst. ‘Er zijn veel searchers die goed werk doen. Het probleem is dat zij geen geld krijgen of dat succesvolle projecten niet overal worden toegepast. In Mexico kregen ouders geld als hun kinderen naar school gingen. Dat werkte goed, want de kinderen waren beter opgeleid en beter gevoed dan kinderen buiten programma. Het begint vaak kleinschalig, maar soms kan het ook grootschalig toegepast worden.
‘Het doel van hulp moet zijn dat je alleen problemen probeert op te lossen, die je ook kunt oplossen. Mensen kunnen zich vaak zelf helpen met micro-kredieten. Zoals een man die zelf een steenfabriek startte. Na een lening breidde hij uit en heeft nu mensen in dienst. De armen helpen zichzelf en wachten niet op Bono tot hij ze helpt. Er zijn een aantal basisprincipes die we kunnen volgen: Als iets niet werkt, moet je ermee stoppen. Als iets werkt, moet je ermee doorgaan. Dat is waar searchingmentaliteit uit bestaat, maar waar de planners die allemaal utopische plannen hebben niet naar luisteren.’
Dubbele verantwoordelijkheid
Ondanks alle negatieve verhalen over planners is er toch een in de zaal die daar voor uit durft te komen. Ruud Treffers is een bevolgen ‘planner’ die al dertig jaar voor de overheid werkt op het gebied van ontwikkelingswerk. Hij houdt een pleidooi voor de noodzaak van plannen, maar schetst tegelijkertijd de spagaat waarin beleidsmakers zich bevinden. Hij moet luisteren naar de wensen van arme landen, maar ook zorgen voor plannen die getoetst kunnen worden door de volksvertegenwoordiging. Dat noemt hij ‘dual accountability’, een term die voor veel verwarring zorgt.
‘Het tweede deel van Easterly’s verhaal is korter dan het eerste. Easterly is dus ook searcher want searchers zoeken naar de oplossing, maar zullen die nooit vinden. Ik heb ontdekt dat je arme mensen niet hoeft te vertellen wat ze willen. Ik onderschrijf het probleem van organisaties met grote plannen. Er is kritiek op volume en inputtargets maar toch zijn wij trots op ons percentage ontwikkelingshulp. Easterly zegt dat 2,3 triljoen dollars verkwist is, maar dat is ‘short around the corner’. Hij ontkent de successen, bijvoorbeeld dat ondanks de bevolkingsgroei het percentage arme mensen is gedaald. Hij kijkt vanaf het bureau van de Wereldbank naar de problemen.
‘Ik begrijp alle problemen rondom planning, maar tegelijkertijd kan ik niet ontkennen dat ik transparant moet zijn voor de Nederlandse belastingbetaler. We moeten wel beter kijken naar de impact van de activiteiten en onderzoek doen naar de effectiviteit.
Het probleem is dat er gebrek is aan data. Het is moeilijk om informatie te verzamelen over de effecten van de hulp. Ik bestrijd dat het ontwikkelingsgeld dat is uitgegeven weggegooid geld is.’ – Ruud Treffers.
Schulpen: ‘Als een verkoper een searcher is, dan hebben we hier een searcher, want hij verkoopt ons een ministerie. Maar het is een searcher die trots is om een planner te zijn. Een typisch Nederlandse consensus. We werken met searchers, dus is het niet slecht om planners te zijn.’
Easterly bedankt Treffers voor de voor bijdrage en is blij nu eens een planner in het echt te zien. ‘Proud to be a planner!’ Hij maakt zich zorgen over de ‘dual accountability’ waar Treffers het over heeft. ‘Iemand neemt verantwoordelijkheid voor acties. Bij succes is er een beloning, als het mislukt moet er een afstraffing zijn. Ik snap niet hoe die duale verantwoordelijkheid kan werken. Als meerderen verantwoordelijk zijn, heeft niemand die. Het is een leuke slogan, maar er zijn geen consequenties als iets mislukt of als het geld niet bij de armen komt.’
Treffers: ‘Het is belangrijk dat mensen in het land iets te zeggen hebben over het geld en waar het terecht moet komen. We moeten ook afstemmen met andere hulpverleners, anders krijg je 40 donoren die tegelijk willen helpen. In Zambia zaten we met 65 hulpverleners om de tafel om te kijken hoe het moet worden aangepakt.
‘Ontwikkelingszaken is een van de meest onderzochte en geëvalueerde ministeries. We moeten plannen waar en wat we doen en dat wordt later geëvalueerd.’
Easterly: ‘Ik weet niet hoe het hier precies is, maar meestal zijn het niet de meest onderzochte ministeries. Ze onderzoeken vaak zichzelf en worden niet onderzocht door een onafhankelijke organisatie, die het land in gaat om de armen te ondervragen of de hulp goed is aangekomen.’
De verwarring rondom de dubbele verantwoordelijkheid wordt niet opgelost en eindigt in een welles-nietes discussie. Treffers houdt vol dat hij wel verantwoordelijkheid neemt, die volgens Easterly geen consequenties heeft.
Schulpen: ‘In uw boek staan 366 bladzijden vol ‘aidbashing’ en worden slechts 20 bladzijden gewijd aan de toekomst.’
Easterly: ‘Ik heb de oorlog voor publieke upinie misschien verloren, maar ik wil het niet opgeven. Ik ga door om mensen te proberen over te halen. Millenniumdoelen zullen niet gehaald worden. Wat gaan we dan doen? Weer opnieuw doelen stellen? Ik hoop van niet en dat we leren van onze fouten. In Amerika wordt gezegd: het is tien uur, weet u waar uw kinderen zijn? Ik wil in navolging hiervan zeggen: Het is laat op de dag, weet u waar uw ontwikkelingsgeld is? We moeten vragen om echte evaluatie van ontwikkelingshulp en eisen dat er iets goeds met ons geld gebeurt.’